Thomblewond

dye ferly, manglebree

sogh oll di thomblewond

ing earfol skathery

y mustry flaus bemont

 

mor offle dopprey seey

of lonce crockyl brang

ring elfy wone thriffee

ing youl blasty seng

 

shaftrul skya fribany

liviance efraus es shont

dye helsy, carsy bropalee

mar drelly thomblewond

Woestijnroos

vloeit er een traan op schurend stof

als een woestijnroos sterft

de wind rimpelt haar zorgen in zand

de zon schittert door aanwezigheid

 

ontbrak een figuur in jouw dorre decor

die je opfleurde, die verhoedde dat

alle rooskleurigheid verbleekte

en kierden die coulissen niet

 

je was een roos, versteend, gegroefd

in de baan van storm en zon

de keuze: je verweren of verweren

viel in een zinderend plot

 

achter maskers van dag en dauw

greep ik gretig het zand dat vervloog

overwoog ik jouw spel, zocht ik een glimp

alsof mijn palm een goudschaaltje was

De slak

vlakbij het spoor

dat ik zo vaak volgde

betastte mijn kinderhand

elke wending

 

jij had geen teer huis

dat verkruimelde in een vuist

 

normaal gesproken

een nomade

toen een honkvaste rots

 

dacht ik

 

opeens verdween je

als een dagdroom

bijna vergeten

tot ik je weer zag

met je ogen op steeltjes

 

als door een enorme hand opgetild

in vogelvlucht, maar waarom

bij treurwilgen neergezet

 

ik was het die in cirkels liep

op de rotonde

van mijn leven

 

je blijft

als het zwart uitvergroot

maar onder mijn vrouwenhand

kleiner

 

(over het bronzen beeld ‘De Slak’

van Theo van de Vathorst)

365 brieven

ik schrijf 365 brieven

aan mezelf

elke dag

van het jaar één brief

als ik vraag welke kant

ik op moet leven

zweven papieren vliegtuigjes

uit mijn gezichtsveld

 

ik schrijf 365 brieven

aan mezelf

monologen

doorboren de wolken

antwoorden vallen niet

als regendruppels uit de lucht

zelfs postduiven vliegen de V

van vergeet deze queeste

 

ik schrijf 365 brieven

in de nacht

in mijn dromen

schrijf ik mezelf terug

als ik wakker word

in een bed vol enveloppen

zie ik dat de toekomst open ligt

blanco als elk vel

 

Gedicht geïnspireerd op de tekening ‘365 brieven voor jou’

(wasbeertje met papieren vliegtuigjes) van Marije Koelewijn

Moederziel

moeizame ademhaling

in halfslaap

is zo’n geluid

dat pas opvalt

als het wegvalt

 

dus dat is het verschil

het is een zucht minder

een seconde later

het is even omdraaien

wat zeggen, weer kijken

 

ik sta naast jouw bed

in blauwe pyjama, op blote voeten

een zuster zegt: bel je zus

 

ik knik langzaam naar de grond

die nog steeds mijn voeten draagt

Create a website or blog at WordPress.com

Up ↑